Moderne Samenlevingen in Balans BASISKENNIS

DE NAAM: Samenlevingen in Balans worden ook wel Partnerschapsculturen, Egalitaire Culturen, Moederculturen of Matriarchaten genoemd. Zij gaan terug tot ver in de prehistorie en de oudheid.

INHOUD

A. Doelstelling
B. Chronologie
C. De geschiedenis van samenlevingen in balans of matriarchaten
D. Wat is een matriarchaat en wat niet? De begripsvorming
E. Wereldwijde overeenkomsten
1. De economische overeenkomsten
2. De sociale overeenkomsten
3. De politieke overeenkomsten
4. De culturele overeenkomsten
5. De spirituele- en religieuze overeenkomsten
F. Wereldwijde overeenkomsten van moderne samenlevingen in balans
G. Van matriarchaat naar patriarchaat: van sedentaire boeren naar nomadiserende herders
H. Het patriarchaat
I. Van matriarchaat naar patriarchaat. Waarom?
J. Films en websites over moderne samenlevingen in balans
K. Verslagen van internationale matriarchaatscongressen
L. Literatuurlijst

A. DOELSTELLING

Individueel: kennisnemen van oude en moderne samenlevingen in balans.
Collectief: het doel is vergeten vrouwelijke aspecten uit ons collectieve verleden terughalen naar ons bewustzijn en ze innerlijk ervaren. Herinneren en verinnerlijken. Pas als de vrouwelijke aspecten in en buiten ons weer in hun oorspronkelijke evenwicht met de mannelijke kwaliteiten komen, zullen we op een volwaardige manier Bewust Mens Zijn.

B. TIJDSINDEDLING

1. Tot 10.000 v. Chr. Paleolithicum of Oude Steentijd. Het Begin, partnerschap lente
2. 10.000-3000 v. Chr. Neolithicum of Nieuwe Steentijd en Kopertijd, matriarchaat zomer
3. 3000 – 1000 v. Chr. Bronstijd. Geleidelijke overgang naar patriarchaat herfst
4. 1000 v. Chr. – 2000 na Chr. IJzertijd, patriarchaat winter
1. 2000 na Chr. Nieuwe Tijd, partnerschap en balans nieuwe lente


Manifestaties in de diverse historische periodes
(de tijd in een spiralende tijdslijn)

1. Paleolithicum: Hoogzwangere jonge vrouwe en volwassen volle ‘Oermoeder’
2. Neolithicum: Moeder en Dochter
3. Bronstijd: Moeder en Zoon/partner
Moeder, Vader en familie
Vader, Moeder en familie
4. IJzertijd: Vader. Moeder verdwijnt. Begin patriarchaat.
1. 21e eeuw: Balans tussen het vrouwelijke en mannelijke
De androgyne mens
De twee één maken, het terugvinden van eenheid


Samenlevingen in balans

Samenlevingen in balans zijn partnerschapsculturen. Het zijn egalitaire, vreedzame, bloeiende en stabiele samenlevingen waar de mens leeft in harmonie met medemensen, planten en dieren en de natuur in het algemeen. Vanuit een traditionele levenswijze bewaren sommige inheemse culturen een ecologisch evenwicht. Zij huldigen een holistisch wereldbeeld, dat is gebaseerd op inzicht in de universele en kosmische wetten. Zij hebben beproefde vormen van samenleven ontwikkeld, die tot op de dag van vandaag wereldwijd overleven.
Samenlevingen in balans blijken matriarchaten te zijn waarbij vrouwen en mannen (en het vrouwelijke en mannelijke aspect) niet alleen gelijkwaardig zijn maar waar vrouwen een centrale en verbindende rol vervullen. Familierelaties zijn belangrijk, zoals die van de moeder met haar broers en zussen, de moeder met haar kinderen en kleinkinderen. Zussen voeden samen hun kinderen op en voor die kinderen zijn ze allen hun moeder. Hun broers vervullen de sociale vaderrol. Er is seksuele vrijheid, ook voor andersgeaarden. Er is sprake van zachtheid en zorg naar kinderen en ouderen. Agressie, huiselijk geweld, incest en eenzaamheid onder jong en oud bestaan hier niet. Dwang en dominantie gelden als contraproductief.
Samenlevingen in balans hebben tot de dag van vandaag wereldwijd in vele versplinterende restculturen weten te overleven. Deze culturen komen onder meer door centralisatie, invoering van monoculturen en soms ook toerisme steeds meer onder druk te staan.

C. DE GESCHIEDENIS VAN MOEDERCULTUREN OF MATRIARCHATEN

Matriarchale culturen zijn ouder dan de vier- of drieduizend jaar oude patriarchale culturen. Ze ontwikkelen zich van vroeg en eenvoudig via complexe culturen in volle bloei tot late en verwaterde culturen: mengvormen tussen matriarchaat/patriarchaat.
We onderscheiden:
1. het ‘oermatriarchaat’; egalitaire en partnerschapsculturen; de clanmoeder, de oermoeder, lente
2. de vroege matriarchaten; moeder-dochter, vroege zomer
3. de hoogontwikkelde matriarchaten; grootmoeder-moeder-dochter; moeder-zoon, hoogzomer
4. de late matriarchaten in hun nabloei en overgang naar patriarchaten; vader-zoon, herfst en winter
5. de samenlevingen in balans, partnerschapsculturen, egalitaire culturen van de 21e eeuw, nieuwe lente.

‘Oermatriarchaat’: partnerschapscultuur en balans tussen de geslachten
Het oermatriarchaat zou volgens matriarchaatsonderzoekers als Fester, Jonas en König vanaf de oude steentijd bij jagers- en voedselverzamelaarstersculturen voorkomen en minstens 100.000 jaar oud zijn. Het gaat om een partnerschapscultuur met een tweedeling en balans tussen de geslachten, zoals later bij o.a. de Akan in Afrika en bij de Irokezen in Noord-Amerika.1
Het is gebaseerd op:
1. het overwicht van de vrouw in de voedselvoorziening. Minstens 75 procent (in sommige schattingen 80 tot 90 procent) van het dieet wordt verzorgd door voedselverzamelaarsters;
2. de sociale ordening dat vrouwen- en mannengroepen apart leven: de vrouwen verblijven in stabiele woonoorden en de mannen leven in jagersgroepen;
3. de biologisch situatie dat de vrouw de kinderen baart. Het vaderschap mogelijk onbekend;2
4. de spirituele situatie dat de vrouw opnieuw de voorouders baart.

Ligging. In de periode van het moederland omspannen de matriarchaten in hun eenvoudige vorm de gehele subtropische en gematigde klimaatgordel der aarde: het verre Oosten, India, Zuid-China, Tibet, Indonesië, Oceanië, Australië, het Nabije Oosten, Noordwest-Afrika, het Middellandse Zeegebied, Midden- en Noord- Europa en Noord-, Midden- en Zuid-Amerika.3
Het zijn meest tuin- en landbouwgemeenschappen met lokale en regionale autarkie (voorziening in eigen behoeften).
Het begint met eenvoudige dorpsculturen die uitgroeien tot hoogontwikkelde matriarchaten. De technologie ontwikkelt zich vanaf 10.000 v. Chr. van eenvoudige tuin- en akkerbouw tot technisch hoogontwikkelde en grootschaliger landbouw. Hierbij worden de ploeg en grootscheepse irrigatiesystemen ingezet. Er ontstaan vroegstedelijke culturen die zeevarend zijn en een internationaal handelsnetwerk opbouwen.

Het ontstaan van vroege matriarchaten. Göttner lanceert de theorie dat vroege matriarchale landbouwculturen ontstaan aan de bovenlopen van de grote rivieren in Oost-Azië (met name Szetschuan). Vanuit dit oorsprongsgebied zouden ze zich vandaaruit westwaarts naar Nepal en Noord-India en oostwaarts naar China en de Oostaziatische kustgebieden verspreid hebben.4

De hoogontwikkelde matriarchaten. Nu hebben zich uit eenvoudige vroege matriarchaten meer ingewikkelde en volgroeide matriarchaten ontwikkeld. Hun opkomst heeft te maken met het uitvinden en ontwikkelen van tal van nieuwe technologieën. Het zijn de vrouwen die aan de basis staan van de eerste ‘landbouwrevolutie’, een geleidelijk proces. Land en huizen zijn eigendom van de clan, privébezit is onbekend.
Uit dorpen ontstaan steden. Stadsmatriarchaten ontwikkelen zich op meerdere continenten: Azië, Europa, Noord-Afrika, Midden- en Zuid-Amerika. Zij groeien uit tot hoogontwikkelde culturen in Soemerië, Oud-Perzië, Oud-Egypte en Kreta.5
Juist hier ontwikkellen zich later de belangrijkste antieke staten en wordt de basis gelegd voor de westerse cultuur.
In de hoogontwikkelde fase ontstaan er in de antieke tijd staatsvormen als stadstaten of bonden van stadstaten, statenbonden. De clanmoeder of koningin is de hogepriesteres van de belangrijkste clan. Zij en haar priesteressencollege besturen de stad/staat. De koningin vertegenwoordigt de godin van hemel, aarde en onderwereld op aarde.

De late matriarchaten in hun nabloei en overgang naar patriarchaten
In deze fase tonen matriarchaten de overgang naar de patriarchaten of vaderculturen. In het gods- en wereldbeeld worden licht en duister, geest en stof, goed en kwaad en mannelijk en vrouwelijk van elkaar gescheiden. Er ontstaat een dualistisch wereldbeeld. Er groeit besef van een duistere onderwereld. Het vrouwelijke wordt gedemoniseerd. De aarde wordt voor mensen en met name vrouwen een tranendal.

D. WAT IS EEN MATRIARCHAAT EN WAT NIET? DE BEGRIPSVORMING.

De grondlegster van het moderne matriarchaatonderzoek
Ruim 25 jaar geleden stichtte de filosofe dr. Heide Göttner-Abendroth de Duitse ‘Akademie Hagia’. In 1983 zei zij haar baan aan de universiteit van München op en richtte zich vanuit haar specialisme methodologie en theorievorming gedurende tien jaar op het formuleren van een wetenschappelijk fundament voor het matriarchaatonderzoek.6 Zij herdefinieerde het begrip ‘matriarchaat’. In de nieuwe definitie is een matriarchaat een door vrouwen ingerichte samenleving waarin vrouwen centraal staan en leidinggeven zonder daarin te domineren of te heersen.7

Deze ruime definitie is gebaseerd op onderzoek in hedendaagse matriarchaten. Göttner is tot deze herziene definitie gekomen na onderzoek in de belangrijkste levende matriarchale samenlevingen zoals:
*de Mosuo-, Yao-, Miao- en Tan-volkeren in China;
*de Chiang-volkeren in Tibet;
*de Minangkabau in Sumatra;
*de Ainu in Japan;
*de Trobrianders in Melanesië in de Stille Zuidzee;
*de Khasi, Garo en Naygar in India;
*de Bantu-, Akan- en Asante-volkeren in Afrika;
*de Berbers en de Tuareg in Noord-Afrika;
*de Arawak-volkeren in Zuid-Amerika;
*de Cuna- en Juchatan-volkeren in Midden-Amerika;
*de Hopi, Pueblo-volkeren en de Irokezen in Noord-Amerika en nog vele, vele anderen.8

Wat is een matriarchaat werkelijk? De zoektocht naar een moderne, toepasselijke en wezenlijke definitie van methodologe dr. Heide Göttner-Abendroth naar het matriarchaat verliep als volgt:
1. Deze begon bij de mythen en de orale tradities. Het lukte niet om langs deze invalshoek de grondslagen helder te krijgen, omdat zoveel materiaal is verdwenen of gecorrumpeerd is overgeleverd.
2. Daarna probeerde zij via de archeologie tot een heldere structuur van matriarchaten te komen. Ook deze invalshoek bood – zelfs met de grote hoeveelheid moderne vondsten – toch een te verbrokkeld beeld om matriarchale samenlevingen en vooral hun waarden te reconstrueren.
3. Toen zocht zij een ingang via moderne matriarchaten en deed veldonderzoek bij de Mosuo in China. Antropologisch onderzoek met behulp van interviews en vragenlijsten in een moderne samenleving bleek de sleutel om de structuur en waarden van moderne en oude matriarchaten opnieuw boven water te krijgen.9

Over het begrip ‘heersen’. Er heerst veel verwarring rond de inhoud van het begrip ‘matriarchaat’.
Het Griekse ‘archein’ betekent in tweede instantie ‘heersen’. De eerste, oudste en grondbetekenis is echter ‘begin’. Vergelijk ons woord archetype. In die zin betekent matriarchaat dan: de moeder staat aan het begin.10

Bij de Grieken betekent ‘archein’ ‘heersen’. Op zich is de verbinding tussen de betekenissen ‘begin’ en ‘heersen’ in het klassieke Grieks niet onlogisch. Er ligt een verbinding tussen iemand die aan het begin staat en dan de eerste onder de zijnen is. Hij is voorloper, stamvader en vorst. In dat geval regeert en heerst hij. Hij die aan het begin staat, is tevens ook de hoogste en de belangrijkste (Grieks Woordenboek, F. Muller, Den Haag, 1926). Je merkt dat het klassiek Griekse woordenboek er automatisch vanuit gaat, dat die eerste voorloper een man is. Maar wie staat er werkelijk aan het begin? In de ogen van de oude Grieken en samenstellers van Oud- Griekse woordenboeken, staan aan het begin: de vaderen. Zij heersen.
Wat de basiscursus duidelijk wil maken, is dat niet de (stam)vader, maar de (stam)moeder aan het begin staat. Dat er aan het patriarchaat een maatschappijvorm voorafgaat, namelijk die van niet-patriarchale samenlevingen of partnerschapsculturen. Göttner vat deze samen onder de naam ‘matriarchale samenlevingen’.11

De vaderlandse interpretatie. Het woord ‘matriarchaat’ krijgt in het vaderland een vaderlandse invulling die het oorspronkelijk niet heeft gehad, namellijk die van ‘de moeder heerst’. In onze vervaderlandste oren heeft het woord ‘matriarchaat’ ten onrechte een negatieve bijklank gekregen. Wees erop bedacht dat alle eerste studies over matriarchaten uit de 19e en begin 20e eeuw sterk vanuit een vaderlandse optiek geschreven zijn en dat het woord tot op de dag van vandaag nog steeds door de vaderlandse denkwijze is belast. Bij de definiëring van het woord ‘matriarchaat’ maakt men altijd de basisfout uit te gaan van het woord ‘patriarchaat’. Deze denkfout is in tal van definities van moderne woordenboeken geslopen.

Er circuleren drie types definities:
1. De eerste. Bachofen wordt wel de pionier van het matriarchaatonderzoek genoemd. Hij formuleert in 1861 in een boek van dertienhonderd bladzijden zijn theorie dat oude culturen een ‘vrouwenheerschappij’ kennen of gynaikokratie (van het Griekse ‘gunaikos’ of ‘gynè’ of vrouw en ‘kratein’ of heersen). Hij noemt het woord ‘matriarchaat’ niet; die term zou volgens Peggy Reeves Sanday voor het eerst gevallen zijn in de Engelse vertaling ‘Mother Right’, Bachofen zelf sprak over gynaecocratie.12
Toch gooit hij met zijn boek de knuppel in het hoenderhok. Bachofen is de eerste die de meest beperkende definitie geeft van het begrip ‘matriarchaat’. Hij zegt dat het om een maatschappij gaat waarin moeders en vrouwen binnen de samenleving ‘heersen’. Dit ‘heersen’ zou zich vertalen in politieke macht. Dit is de eerste definitie. Wanneer men deze in de praktijk gebruikt, blijken er vrijwel geen matriarchaten te bestaan.

2. De tweede. Je kunt de definitie echter ook verruimen. In dát geval gaat het om een maatschappij waar vrouwen binnen de familie centraal staan. Hier dragen de kinderen de naam van de moeder. De dochters erven haar land en bezit. Dit is de zogenaamde matrilineaire samenleving. De dochters blijven bij de moeder wonen. De samenleving is dan ook matrilokaal. De mannen trekken bij de vrouwen en hun familie in of blijven in hun eigen moederhuis wonen en bezoeken hun vrouwen alleen ‘s nachts. De naam en het bezit zijn in handen van de clan. Het bezit is dus gemeenschappelijk, maar de vrouwelijke leden van de familie zorgen voor de distributie van goederen. Zij controleren de velden en het voedsel. De vrouwen hebben een sterke positie, maar overheersen niet.
In deze tweede omschrijving hoeven de vrouwen geen politieke macht te hebben. De ervaring leert dat mannen vaak politieke macht hebben. Ook hebben de mannen vaak een functie naar de buitenwereld toe; zij brengen over wat de clan beslist. De buitenwereld denkt dan dat de mannen beslissen. Zij zien niet wat er achter de schermen gebeurt en dat hij slechts uitvoert wat hem vanuit de familie en de clan wordt opgedragen.

3. De derde en meest ruime definitie omschrijft het matriarchaat als: een cultuur waar de stammoeder centraal staat en de vrouwen algemeen respect genieten en binnen samenleving en religie een centrale functie uitoefenen.13
Voor de beperkende definitie van Bachofen bestaat historisch gezien geen hard bewijs. Voor de tweede omschrijving echter wel. Diverse samenlevingen zijn matrilineair en matrilokaal georganiseerd. Wanneer je de term ‘matriarchaat’ in de derde en de meest ruime betekenis opvat, dan blijken diverse niet-westerse culturen, natuurvolkeren en volken uit antieke samenlevingen, in dit soort maatschappijvormen geleefd te hebben en nog steeds te leven.

De moderne definitie van ‘matriarchaat’. Een matriarchaat is een samenleving waarbij de stammoeder en de vrouwen een gerespecteerde en centrale positie vervullen. Zij geven leiding zonder daarbij te overheersen. Het is goed om erop bedacht te zijn dat deze ruime definitie relatief onbekend is, net zoals men onbekend is met perioden uit onze voorgeschiedenis waarin vrouwen in samenlevingen centraal staan en leidinggeven zonder daarbij te overheersen.

De overeenkomst tussen een samenleving in balans en een matriarchaat: het zijn beide non-dominante samenlevingen. Wil een samenleving in balans volgens Heide Göttner-Abendroth als een matriarchaat omschreven kunnen worden, dan moet aan twee voorwaarden voldaan worden:
1. Er moeten drie generaties in matrilineair verband samenleven in een (groot-familie)huis
2. Het beheer en de verdeling van goederen ligt in handen van vrouwen

Wat zijn moederculturen?
Moederculturen zijn culturen waarin de moeder en de moederlijke waarden centraal staan zonder daarbij te domineren of te (over)heersen.

Andere veel voorkomende begrippen:
Matrilineair: In veel definities komt terug dat de afstamming binnen de stam of clan verloopt via de vrouwelijke lijn. Dat heet matrilineair (Latijn voor ‘mater’ of moeder en ‘linea’ of lijn).
Letterlijk: langs de vrouwelijke lijn. Dus: afstamming van een gemeenschap via de vrouwelijke lijn.
Dan zijn er ook nog drie andere termen die vaak voorkomen: matrifocaal of matrilocaal en matristisch.
Matrilocaal: letterlijk: inwonend bij de moeder. De familie van de vrouw wordt als zetel van de huisgemeenschap beschouwd.
Matrifocaal: inwonend bij de haard van de moeder (‘focus’ is Latijn voor ‘haard’).
Maternaal: moederlijk of de moeder staat centraal.
Matristisch: de moeder staat centraal.

Alternatieven voor het begrip matriarchaat. Om de negatief belaste term matriarchaal te vermijden, heeft men allerlei nieuwe termen bedacht. Men spreekt van ‘matristische’ en ‘patristische’ maatschappijen. Dus samenlevingen waar de moeder (mater) of de vader (pater) centraal staat.14
Of men spreekt van matricentrische samenlevingen of van vrouwgerichte samenlevingen. Of van gylanische samenlevingen, in een poging te middelen tussen gynè (Grieks voor ‘vrouw’) en andros (Grieks voor ‘man’). Dit als tegenhanger van het woord androgyn dat de andros of ‘man’ eerst noemt en de gynè of ‘vrouw’ als tweede (Rianne Eisler). Of matrifocaal (Wesel) of gynaikokratisch (Bachofen). In een gunaikokratie heersen de vrouwen (van gunaikos of ‘vrouw’ en kratein of ‘heersten’). In de ogen van Heide Göttner-Abendroth zijn deze termen óf onjuist zoals bij Bachofen óf te zwak óf te kunstmatig en boeten daardoor in aan zeggingskracht. Met Göttner kiezen wij voor het gebruik van het begrip ‘matriarchaat’ en wel voor een definitie van ‘matriarchaat’ in de ruime zin van het woord.
Andere moderne benamingen zijn:
1. partnerschapsculturen;
2. samenlevingen in balans;
3. egalitaire culturen;
4. moederculturen;
5. societies of peace.

Wat is een matriarchaat niet? Matriarchaat betekent in ieder geval niet een samenleving waar moeders of vrouwen heersen: dus een vrouwenheerschappij of een maatschappij waar de matriarch heerst. Je kunt je afvragen waarom men het woord ‘matriarchaat’ ogenblikkelijk met vrouwenheerschappij associeert. Hierdoor krijgt het begrip een negatieve klank. Het heeft te maken met de sterk binnen wetenschap en samenleving ingeburgerde vaderlandse gewoonte het begrip matriarchaat als tegenhanger te zien van het begrip patriarchaat.
Patriarchaat betekent: heerschappij van de vader, de pater.
Matriarchaat betekent niet: heerschappij van de moeder of mater. Moeders ‘heersen’ niet. De vaders denken later dat zij dat doen. Moeders geven met respect en liefde aan anderen leiding.

De grote handicap bij begripsvorming en onderzoek is dat er nog steeds geen eenduidige definitie algemeen is geaccepteerd, net zo min als er een integrale geschiedenis van het matriarchaat is geschreven. Ook over de overgang naar het patriarchaat en de diverse ontwikkelingsfasen van de patriarchale samenleving moeten nog overzichtsstudies geschreven worden. Factoren verschillen per continent.

Matriarchaatonderzoek is interdisciplinair en comperatief (denkt vanuit het hart in cirkels en spiralen en niet lineair en hiërarchisch). De volgende disciplines leveren een bijdrage:
*archeologie met archeo-mythologie;
*archeo-botanica, archeo-genetica;
*geologie met landschapsarcheologie;
*antropologie met als subdiscipline de symbolische antropologie. Ook is aandacht voor volkskunst, volksdans, volksmuziek, volksgebruiken, volksreligie en folklore. Wereldwijd ontdekt men hedendaagse egalitaire culturen;
*linguistiek die zich richt op voor-Indo-Europese en Indo-Europese taalgroepen. In deze laatste taalgroepen vindt men in namen van bergen, heuvels, rivieren, meren, bronnen en bomen taalwortels uit voor-Indo- Europese taalgroepen;
*geografie met sacrale landschapskunde en topografie;
*biologie met socio-biologie;
*diepte-psychologie van Jung en de Neo-Jungianen;
*de kunstgeschiedenis met het herontdekken van een mondiale vrouwelijke beeldtaal of Venuskunst;
* theologie en godsdienstwetenschappen. Vanuit de teruggevonden beeldcultuur ontdekt men nu ook binnen de theologie een verborgen vrouwelijke symbooltaal in vaderlandse teksten.

Aanwijzingen voor een moedercultuur
1. overvloedige Venuskunst;
2. clanmoedergraven met grafgiften;
3. DNA-onderzoek bewijst matrilocale woonoorden;
4. grote huizen of long houses (grootfamiliehuizen waar meerdere generaties rond de clanmoeder leven);
5. vrouwelijke symbooltaal in weef- en borduurwerk, op aardewerk, in sieraden, op muurschilderingen in en rond het huis;
6. sacrale landschapskunde (archeologie-etnologie-mythologie);
7. godinnen in mythen en in volksverhalen;
8. motieven in volksdansen en volksliedjes;
9. voeding en gerechten in de volkscultuur;
10. moderne matriarchaten of samenlevingen in balans wereldwijd.

Academisch feminisme. Dit kant zich vaak tegen het matriarchaatonderzoek, omdat de ideeën romantisch en vooringenomen en daarom niet-wetenschappelijk zouden zijn (Cynthia Ellers).
Matriarchaatonderzoekers voeren hiertegenin dat mensen uit de traditionele academische disciplines al te zeer gepatriarchaliseerd zijn om onbevooroordeeld naar de geschiedenis te kijken. Voor twee duidelijke artikelen over theorie- en begripsvorming verwijs ik naar de noten.15

E. WERELDWIJDE OVEREENKOMSTEN

Hoe zijn matriarchale samenlevingen ingericht?
Matriarchale samenlevingen zijn sacrale samenlevingen waarin tussen het sacrale en profane geen onderscheid wordt gemaakt; waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen natuur en mens, of tussen natuur en cultuur. Het zijn sociaal en politiek gezien maatschappijen die berusten op verwantschap. Er is een verbondenheid met kosmos, natuur, landschap, plant, dier en mens. Deze kosmische verbondenheid weerspiegelt zich in de beleving van het landschap en weerspiegelt zich in mythen en rituelen en respectvolle menselijke relaties. Iedere cultuur vertoont een archaïsche oerlaag van verwantschap, totemisme, sjamanisme en mythologie. Die matriarchale oerlaag kom je tegen:
1. in de directe verering van de natuur;
2. in de voorouderverering en met name verering van een voormoeder met goddelijke status;
3. in de analogie van het lichaam van de oermoeder met structuren in het landschap;
4. in de overvloedig voorkomende sacrale venuskunst;
5. in beeld- en symbooltaal in kleding, sieraden, textiel en ceramiek;
6. in volksgebruiken- en gewoonten die tot op de dag van vandaag voortleven.

Matriarchale samenlevingen zijn veelkleurig. De distributie van goederen is in handen van de vrouwen, hetgeen niet betekent dat zij de mannen overheersen. Er is evenwicht en balans. Het is geen eenheidsworst in de zin van gelijke monniken, gelijke kappen. Natuurlijke verschillen tussen geslachten en generaties worden gerespecteerd en geëerd. Alle mensen hebben een eigen waardigheid en door allemaal goed te zijn in ieders ‘eigen ding’ vullen zij elkaar aan en functioneren ze in harmonie met elkaar en hun omgeving. Er is veelkleurigheid en veelzijdigheid die altijd met de grootste zorg in balans wordt gehouden; dit gebeurt vanuit inzicht in het algemeen belang en in wederzijds respect. Aan de matriarchale samenleving ligt een concept van moederlijke waarden ten grondslag. Een matriarchale samenleving is gebaseerd op het voorzien in elkaars behoefte; ze is gewoon menselijk en niet gewelddadig. De principes van zorgdragen, voeden en in harmonie en balans samenleven als groep binnen de natuurlijke leefomgeving, doordesemen de matriarchale samenleving op alle niveaus: economisch, sociaal, politiek en cultureel/spiritueel.

Wat zijn de pluspunten van hedendaagse matriarchaten? Göttner-Abendroth heeft, zoals gezegd, niet veel op met termen als matristisch, matricentrisch, matrifocaal of gylanisch omdat ze deze te zwak vindt. Ze meent dat de algemene kenmerken van matriarchaten hierbij niet duidelijk genoeg uitkomen. Matriarchaten hebben namelijk naast twee hoofdkenmerken diverse subkenmerken op economisch, sociaal, politiek, cultureel en spiritueel gebied.16

Geen dominantie-structuren. Meest wezenlijk is dat ze geen onderdrukkende structuren hebben. Göttner en andere onderzoekers van hedendaagse matriarchaten zijn tot de conclusie gekomen dat er in deze samenlevingen balans is tussen mens, dier, plant en mineraal. Balans is tussen geslachten, generaties en maatschappelijke groepen. Men leeft in balans met zichzelf, de ander, de natuur en de kosmos.
Het gaat om samenlevingen waarvan de grootste, zoals de Minankabau, 6 miljoen mensen omvat. Hier is egaliteit en democratie.
Geen geweld. Hier zijn geen generatieconflicten, of conflicten tussen geslachten en maatschappelijke groepen. Hier zijn geen incest, geen verkrachtingen, geen agressie en geweld, geen diefstal, geen corruptie, witte boordencriminaliteit, milieuschandalen, advocaten, rechters en rechtbanken.17
Hier is individuele vrijheid voor jong en oud, ook op seksueel gebied. Er is ruimte voor alles en allen in de individuele eigenheid en uniekheid. Er is stabiliteit, harmonie en vrede. Overheersingmechanismen van individuen of groepen gelden als contraproductief.

De kenmerken
Twee hoofdkenmerken. Heide Göttner-Abendroth hanteert twee hoofdkenmerken waaraan alle matriarchaten voldoen wil men de samenleving als zodanig omschrijven:
1. De samenleving moet matrilineair zijn.
2. Het levensonderhoud met huis, land en levensmiddelen (in westerse wetenschappelijke termen de ‘economie’, productiemiddelen, goederen) moeten beheerd worden door de vrouwen.18

Vijf nevenkenmerken. Daarnaast onderscheidt Heide Göttner-Abendroth (samen met Barbara Alice Mann) een gelaagdheid in de samenleving in vijf sectoren. Uit deze indeling vloeien vijf nevenkenmerken voort die voorkomen in oude én moderne matriarchaten.

Die vijf sectoren zijn: de economie, de sociale sector, de politiek, de cultuur en last but not least de spiritualiteit/natuurreligie. Na onderzoek in oude en hedendaagse matriarchaten meent Göttner-Abendroth dat de vrouwelijke waarden alle niveaus van de samenleving, de economische, de sociale, de politieke, de culturele en de religieuze sector doordesemen. Deze nevenkenmerken zijn in meer of mindere mate terug te vinden in matriarchale samenlevingen. Mengvormen komen voor wanneer een samenleving meer of minder gepatriachaliseerd is.

Een matriarchaat is:
1. in economisch opzicht egalitair en niet cumulatief;
2. in sociaal opzicht gebaseerd op gelijkwaardigheid en wederzijdse hulp;
3. in politiek opzicht gebaseerd op consensus of eensgezindheid;
4. in cultureel opzicht gebaseerd op een cyclisch besef van wedergeboorte;
5. in spiritueel/religieus opzicht gebaseerd op voorouderverering, sjamanisme en eenzijn met de onzichtbare en zichtbare kosmos.

Wordt aan hoofd- en nevenkenmerken niet voldaan, dan kan een samenleving louter matrilineair zijn. Echter: matriarchale samenlevingen zijn altijd matrilineair en de controle over land, voedsel en goederen zijn in handen van de vrouwen.
Bekijken we elk van de vijf sectoren afzonderlijk dan ontstaat het volgende beeld. Nogmaals: dit is gebaseerd op onderzoek in oude én hedendaagse matriarchaten:

1. De economische overeenkomsten

De economische sector. Het zijn meest tuin- en landbouwgemeenschappen die zelfstandig functioneren en voorzien in eigen behoeften (lokale en regionale autarkie). De kleinste eenheid is het dorp, de grootste eenheid is de regio. Land en huizen zijn ‘eigendom’ van de clan in die zin dat de clan het gebruikersrecht bezit. Binnen de gemeenschap is er een levendige circulatie van goederen volgens het principe van voorzien in elkaars behoeften. Dit type economie wordt in het Engels de gift-economy genoemd en is gebaseerd op het giftgeven. Aan de basis hiervan staat de moeder die haar kind van alles voorziet en hierin het goede voorbeeld geeft van onvoorwaardelijke steun en liefde. Dit systeem voorkomt dat zich goederen ophopen bij een persoon of een bepaald groep personen. Het systeem is egalitair en niet-accumulerend. Het berust op gelijkwaardige wederzijdse uitwisseling van goederen. Sociale regels voorkomen accumulatie.

Gedeelde rijkdom en overvloed. Er vindt door onderlinge uitwisseling van goederen, geen accumulatie van rijkdom in één clan binnen een dorpsgemeenschap plaatst. Zo zijn er feesten, waarbij de rijkere clans alle inwoners uitnodigen en hun rijkdom over de gemeenschap distribueren. In nood helpt men elkaar. Dat wat het ene huishouden bijdraagt aan het andere dat in nood is, krijgt het later weer terug. Economisch gezien zijn het maatschappijen van wederzijdse uitwisseling of wederkerigheid.

De economie in de dagelijkse praktijk. De sociale orde die gebaseerd is op moederschap heeft verreikende gevolgen voor de economie. Er bestaat geen privébezit en er zijn geen territoriale claims. De mensen hebben het gebruikersrecht op de grond die ze verbouwen of op de velden waar het vee graast, want Moeder Aarde kan niet in kleine stukjes worden gehakt. Ze geeft de vruchten van het land en de jonge dieren aan alle mensen. Percelen van land en een beperkt aantal dieren worden aan iedere matri-clan gegeven en allen bewerken dit gezamenlijk. De vrouwen beschikken over de goederen en de clanhuizen. Zij verzorgen speciaal de ‘distributie van goederen’: velden, kuddes en dagelijks voedsel. Alle goederen zijn in handen van de clanmoeder. Zij als moeder van alle clanleden distribueert deze eerlijk onder haar kinderen en kleinkinderen. Zij is verantwoordelijk voor het overleven en de bescherming van alle clanleden. Moeders staan in het centrum en besturen de clan zonder daarbij te overheersen.

Het leven vieren met veel feesten. Wanneer een clan het ene jaar een betere oogst heeft, zal deze bij seizoensfestivals andere clans die minder goed af zijn, uitnodigen voor feesten met voeding, dans en zang, waarbij zij hun overtollige goederen aan hun buren ten geschenke geven. Hiervoor krijgen ze niets terug behalve de eer. Bij een ander jaarfeest zal een andere gelukkige clan evenzo doen en iedereen in de buurt of het hele dorp uitnodigen. Dit algemene principe wordt zoals gezegd ‘gift-economy’ of in het Nederlands giftgeven genoemd. Het is de economische manifestatie van moederlijke waarden. De grootste eenheid is de regio. Het zijn op economisch niveau samenlevingen die voorzien in eigen behoefte en werken vanuit het principe van economische wederkerigheid gebaseerd op de circulatie van goederen.

Samenvatting. Kernwoorden en sleutelbegrippen van matriarchale economie
1. Economie is gebaseerd op balans tussen productie en consumptie en op verspreiding van goederen via giftgeven (in het Engels: ‘giftgiving’).
2. Geen privébezit, geen landbezit, alleen het gebruikersrecht op grond die bewerkt wordt. 3. Goederen en distributie daarvan zijn in handen van vrouwen.

2. De sociale overeenkomsten

De sociale sector. Matriarchale samenlevingen zijn gebaseerd op verwantschap van diverse clans via de vrouwelijke moederlijn, die samen één stam of één volk vormen. De basis van de samenleving is dus een cluster van clans of grootfamilies die samenleven in hechte verbondenheid en trouw. De naam wordt vanuit de moederlijn overgeërfd, evenals de sociale posities en de eventuele politieke functies. Dus naamgeving en erfopvolging gaan via de vrouwelijke lijn en worden van moeder op dochter geërfd (matrilineair). Bezittingen zijn vaak gemeenschappelijk.

Men leeft in clans en grootfamilies. Het kerngezin (vader-moeder-kind) is onbekend omdat het biologisch vaderschap vaak onbekend was/is. Men leeft in een groot matri-clanhuis, waar gemiddeld 10 tot 100 personen wonen rond diverse haarden. Dochters en kleindochters blijven hun hele leven in het moederhuis en wonen daar ook wanneer ze trouwen; men noemt deze samenlevingsvorm matrilocaal of matrifocaal (inwonend bij de moeder). In sociaal opzicht speelt de familie van de moeder op basis van matriliniaire en matrilokale principes een grote rol.

Een matri-clan betaat op zijn minst uit drie generaties van vrouwen: de moeder en haar zusters, hun dochters en hun (klein)kinderen. Mannelijke steunpilaren in de matri-clan zijn de broers, ooms, zonen, geliefden en echtgenoten. Deze vorm van samenleving komt voor bij stabiele sedentaire landbouwculturen; je vindt deze vrijwel niet bij rondtrekkende, open en kleine jagers/verzamelaarsgroepen alhoewel ook in deze groepen sommigen zich blijvend vestigen bij aanwezigheid van voldoende voedsel.

Daarnaast kent men het bezoekershuwelijk. De man van een naburige clan die soms in een clanhuis ernaast woont of in een naburig dorp, bezoekt alleen in de nacht zijn vrouw en verblijft overdag in zijn moedershuis. Hier eet en werkt hij en neemt deel aan het familie- en clanleven. Kinderen horen tot de matri-clan. De biologische vader beschouwt zijn kinderen niet als van hem. De broer van de moeder vervult naar zijn neefjes en nichtjes de rol van de sociale vader. De mannen uit de matriarchale culturen zijn anders dan die uit patriarchale culturen. Men kent het principe van de monogamie niet. Men wisselt (zo nu en dan) van partner. De relatie duurt zolang de liefde duurt; men gaat voor een duurzame liefdesrelatie. Er bestaat een grote seksuele tolerantie.

De jongste dochter als stammoeder. Daarnaast komt ook bijvoorbeeld bij de Khasi in Noord-India de gewoonte voor dat de jongste dochter met haar gezin in het ouderlijk blijft wonen en tot hun dood voor haar ouders zorgt (ultimo-genitur: de jongste dochter erft). Ze erft niet het huis en het land, dat is gemeenschappelijk bezit. Zij erft de naam en de waardigheid.19 De Mosuo in West-China kiezen niet per definitie de jongste dochter maar de meest zorgzame en liefhebbende dochter.

Sociaal samenleven in de praktijk. De matriarchale samenleving is gebaseerd op de clan en op de symbolische orde van de Moeder. Moeder Natuur zorgt voor allen, hoe verschillend ook; zo doen de clanmoeder en ieder individueel lid van de clan dat ook. Het geldt ook voor de mannen. Als een man als vertegenwoordiger van de clan naar buiten toe wordt gekozen, dan dient hij zich te gedragen ‘als een goede moeder’.

Vrouwen zonder kinderen zijn ook moeders. In matriarchale samenlevingen hoeft een vrouw geen biologische moeder te zijn om erkenning als vrouw te krijgen, omdat men het moederschap gezamenlijk in praktijk brengt in de groep van zusters. Elke individuele zuster hoeft niet noodzakelijkerwijs kinderen te krijgen. Samen vormen zij de moeders van de kinderen van de clan. Moederschap is gebaseerd op de vrijheid van de vrouwen om zelf te beslissen over het krijgen van biologische kinderen. Dit is mogelijk omdat matriarchale culturen in grootfamilies leven waarbij zij naam en cultuur van de moeder ontvangen. De naam van de clan, de sociale status en eventuele politieke functies worden via de moederlijke lijn doorgegeven.

Drie generaties leven samen. Zulke matri-clans bestaan op zijn minst uit drie generaties van vrouwen, die samenzijn met hun broers, neven en ooms van moederskant. In het klassieke geval leeft men samen in een grootclanhuis of grootfamiliehuis. Dit wordt matrilocaliteit genoemd. De echtgenoten en minnaars komen in de nacht; iets wat men het bezoekershuwelijk noemt. Overdag gaan ze terug naar hun eigen matri-clan. In dit type samenlevingen is ieder wel een moeder, zuster of broer van elkaar. Het zijn dus niet-hiërarchische en horizontale samenlevingen gebaseerd op een matrilineair verwantschapssysteem, met uitgebreide sociale netwerken van familierelaties.

Samenvatting. Kernwoorden en sleutelbegrippen van matriarchale sociale ordening
1. Matriarchaten zijn gebaseerd op clans die via de moeder met elkaar verbonden zijn op niet-hierarchische horizontale wijze.
2. Men woont vaak in een groot clanhuis, het huis van de moeder (matrilocaliteit).
3. De zusters zijn gezamenlijk moeder van alle kinderen.
4. De broers zijn de ondersteuners/helpers van hun zusters en niet hun minnaars.
5. Zij zijn de sociale vaders van de kinderen van hun zussen.
6. Minnaars en echtgenoten blijven alleen ’s nachts of korte tijd overdag (walking of visiting marriage, bezoekershuwelijk). Zij wonen in het huis van hun moeders.
7. Elke generatie heeft eigen eer en waardigheid en ontleent daaraan specifieke rechten en plichten; ook kinderen en pubers worden voor vol aangezien.
8. Kinderen worden als wedergeboren vrouwelijke en mannelijke voorouders beschouwd.

3. De politieke overeenkomsten

De politieke sector. In huidige matriarchaten neemt men binnen het matri-clanhuis beslissingen op basis van consensus. Mannen en vrouwen nemen deel aan de clanraad. Ook de kinderen zijn aanwezig en worden betrokken. Soms zijn de mannen en vrouwen gescheiden in aparte groepen met ieder een eigen vrouwen- en mannenraad. Er zijn verschillende organisatie niveaus. Het gaat van kleinschalig naar grootschalig:
1. Clanhuis.
2. Dorpshuis.
3. Regioraad.
4. Interregionale vergageringen op ‘provinciaal’ niveau.

Het clanhuis. Te nemen beslissingen beginnen in het clanhuis. Ieder heeft een stem en niemand wordt buitengesloten. Er wordt democratischer gewerkt dan in westerse democratieën, want een meerderheid die een minderheid overstemt, kent men niet. Men spreekt net zolang met elkaar totdat ieder inziet welke beslissing in het algemeen groepsbelang is. Beslissingen worden unaniem genomen. Wanneer men er in uitzonderingsgevallen absoluut niet uitkomt, neemt de clanmoeder in het algemeen belang de uiteindelijke beslissing en deze wordt gerespecteerd.

Dorpshuis. Afgevaardigden van clans ontmoeten elkaar in het dorpshuis waarbij zij de beslissing van het clanhuis aan elkaar communiceren. Ze gaan heen en weer van clanhuis tot dorpshuis tot er door het dorp een beslissing is genomen. Een afgevaardigde van het clanhuis functioneert als intermediair tussen clanhuis en clanraad/dorpsraad. Men brengt slechts de beslissing over aan de dorpsraad en heeft verder geen invloed. De afgevaardigden gaan net zo lang heen en weer tussen clanhuis en dorpsraad totdat een ieder achter de beslissing staat.
Consensus betekent niet dat ieder het met elkaar eens is; ieder ziet op een gegeven moment in wat het beste is voor de gemeensschap en acht het individuele belang daaraan ondergeschikt.

Regionaal niveau. Vanuit de dorpsraad gaat het naar de regionale raad; nu reist men tussen dorp en regiocentrum heen en weer tot er een unanieme beslissing door alle dorpen is genomen.

Interregionaal niveau. Het komt voor dat er daarna nog verder wordt gereisd om op interregionaal niveau besluiten te nemen. Wanneer men buiten het eigen grondgebied moet reizen om in een (inter)regionale raad te vergaderen, zijn het vaak de mannen die als afgevaardigde worden gekozen. De vrouwen verlaten in principe hun huizen en land niet. Dit heeft westerse onderzoekers de indruk gegeven dat mannen de dienst uitmaken terwijl zij slechts intermediair zijn.

Probleemoplossende technieken. In matriarchale samenlevingen zijn de mensen geen heiligen, alleen lossen zij conflicten anders op omdat de structuren van de samenleving anders zijn. Diefstal en problemen met seksualiteit kent men niet. Zij bezitten grote communicatieve vaardigheden omdat zij elkaar als familieleden veel zien, elkaar goed kennen en veel met elkaar spreken. Oplossingen om vrede te bewaren of te bewerkstelligen liggen op ritueel en kosmisch gebied, op het gebied van elkaar geschenken geven en op het gezag van de matriarch of sjamane/sjamaan.20

Samenvatting. Besluitvorming ontwikkelt zich in een systeem van raden die langs matrilineaire verwantschapsbanden georganiseerd zijn: in clanraden, dorpsraden, regio- en interregionale raden. Alle beslissingen zijn gebaseerd op consensus. Politiek gezien zijn het egalitaire samenlevingen gebaseerd op consensus.

4. De culturele overeenkomsten

Op cultureel gebied wijst archeologisch en antropologisch onderzoek uit dat men veel vrouwelijke kunst maakt en vrouwelijke symbolen ontwikkelt. Nog steeds worden in de traditionele archeologie de Venus-figurines als pornografisch opgevat. Of als afbeeldingen van gewone vrouwen, zonder enige symbolische of spirituele betekenis. Men geeft nog steeds geen verklaring waarom er in oude culturen zoveel vrouwelijke kunst gevonden werd en wordt.
Fundamenteel is het geloof in wedergeboorte. Men gelooft dat ieder na de dood in de eigen clan herboren wordt, omdat de natuur dit ritme en vermogen toont. Er is geen abstracte en ver van de aarde verwijderde (mannelijke) Godheid, die een streng oordeel velt in een somber, donker hiernamaals vol met monsters en demonen. Het gaat om wedergeboorte in hele concrete zin. Vrouwen worden gerespecteerd omdat zij het vermogen bezitten iemand opnieuw te baren. Zo waarborgen zij het voortleven van de clan. Men ervaart een verbinding tussen macro- en microkosmos. Het leven wordt als geschenk ervaren en men benut elke gelegenheid om het leven samen te vieren.

5. De spirituele/religieuze overeenkomsten

Het spiritueel/religieuze gebied. Het geestelijke of het goddelijke is in alles immanent aanwezig; de hele wereld wordt als sacraal ervaren. Men ervaart de aarde als moeder die allen in leven houdt. In de jaarcyclus vieren de mensen de geschenken van de natuur. Alles wordt gevierd, alles is heilig. Er is geen scheiding tussen het wereldlijke en het geestelijke; iedere kleine dagelijkse taak heeft een rituele betekenis. Ieder wezen als kind van Moeder Natuur is begiftigd met sacraliteit en heiligheid bij geboorte. In spiritueel opzicht zijn het sacrale samenlevingen en culturen die het goddelijk-vrouwelijke of de Moeder of de Godin eren.

Labels vanuit de westerse wetenschap. Binnen de westerse godsdienst- en culturele wetenschappen spreekt men van ‘vruchtbaarheidscultus’, maar in wezen gaat het om een diep respect voor de natuur en de kosmische wetten (natuurreligie met reïncarnatie als onderdeel). Voorouderverering, natuurverering, totemisme en sjamanisme vormen hier aspecten van. Deze religie is door westerse onderzoekers neerbuigend bestempeld als ‘animisme’ en ‘polytheïsme’. Men heeft geen oog voor het feit dat men in moederculturen sacrale handelingen verricht die gericht zijn op het bewustzijn en de verruiming daarvan. Er is geen scheiding tussen het profane en het sacrale. Hier is geen scheiding tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld: want alles is een en wordt als zodanig ervaren. Ieder huis is heilig en bij de haard ontmoeten de levenden de overleden voorouders.21

Samenvatting. Kernwoorden van het matriarchale mens- en wereldbeeld
1. Geen georganiseerde hiërarchische religie met centrale gebedshuizen, maar op traditie gebaseerde spiritualiteit, waar de gevoeligheid voor de Geest, geesten en zielen en het ervaren hiervan, centraal staat.
2. Spiritualiteit wordt beleefd in een groot aantal dynamische ceremonieën en rituelen.
3. Men erkent geen transcendente werelden. De aarde en de kosmos worden als goddelijk ervaren en het geestelijke is immanent in alles aanwezig.
4. Alles is goddelijk, alle wezens zijn gelijk; er is geen hiërarchie tussen dat wat bestaat of het nu zichtbaar of onzichtbaar is. In de diversiteit en de variatie schuilt de rijkdom van het leven.
5. Alles is en allen zijn met elkaar verbonden.
6. Er is een cyclische tijdsbeleving. Er zijn eeuwige cycli van leven, dood en wedergeboorte.
7. Het zijn sacrale culturen of culturen waarin het goddelijk vrouwelijke geëerd wordt, het zijn godinculturen.

Tot slot. In oude en moderne matriarchaten blijken vrouwen de culturele schepsters en draagsters van de samenleving te zijn zonder te domineren of te heersen. Het zijn sacrale samenlevingen en godinculturen.22 Vanuit een matriarchaal godsbeeld, waarover later meer, beziet men de wereld en de mens. Dit vindt zijn neerslag in riten, die mondeling overgeleverd worden. Wij beschikken over resten in riten, mythen, sagen en sprookjes.

Samenlevingen in balans of matriarchaten in een notendop. Matriarchale samenlevingen zijn economisch gezien in balans, zijn sociaal gezien egalitair zonder conflicten tussen geslachten en generaties en zijn politiek gezien op consensus gebaseerd. Men heeft een systeem van wijze principes en sociale codes ontwikkeld waardoor de mensen in vrede met elkaar en in harmonie met de natuur leven. Er zijn tal van conflictoplossende technieken ontwikkeld.23 Ook heeft men manieren ontwikkeld tegen het opdringende kapitalisme.

F. WERELDWIJDE OVEREENKOMSTEN VAN MODERNE SAMENLEVINGEN IN BALANS

1. In matriarchale en egalitaire culturen voorzien mensen in elkaars behoeften vanuit het principe van het gift- geven.

2. Mensen leven samen niet in een kerngezin maar in grootfamilies en grootfamiliehuizen (long houses). Er is een hechte onderlinge (familie)band die gebaseerd is op verwantschap. Er is weinig eenzaamheid.

3. Er is een sterke familieband tussen zussen onderling: zij zijn moeders van alle kinderen. Er is een sterke familieband tussen broers onderling: zij beschermen hun zusters en hun kinderen. Er is een sterke familieband tussen zusters en broers onderling: zij zijn de kinderen van één moeder die van kindsbeen af alles met elkaar deelden en elkaar door en door kennen. Paren worden gevormd door zus en broer volgens het tweeling- principe van gelijkwaardig vrouwelijk en mannelijk. Daarom zijn matriarchale ook egalitaire culturen. Incest komt niet voor.

4. Allerlei vormen van ‘samenleving’ komen voor:
4.1. In de westerse literatuur spreekt men van ‘groepshuwelijken’ met alle vooroordelen van seksuele uitspattingen van dien.24 Dit terwijl het in werkelijkheid gaat om groepshuwelijken tussen grootfamilies en clans, bijvoorbeeld de zogenaamde cross-cousin-marriages.25
4.2. Men kent het bezoekershuwelijk (walking of visiting marriage bij Khasi en Mosuo).
4.3. Vrijwillige polyandrie of veelmannerij (!) betreft het huwelijk van een vrouw met meerdere broers uit een zelfde familie (en geen vreemden!) o.a. om het kindertal te beperken en het bezit in de clan te houden Hieraan ligt het clan-groepshuwelijk ten grondslag.
Men vindt deze vorm (4.3) bij oude volken die landbouw op terrassen bedrijven en vee hoeden in de hoger gelegen zomerweiden:
* In het westen en zuiden van Tibet en in Nepal bij oude volken die landbouw op terrassen bedrijven als de Bhotias, Sherpa’s, Gurungs, Limbu, Rais, Kirats, Jaunsar-Bawar en Khasi.26
* In Afrika bij Akan-volkeren.27
* In India bij Naygar in Kerala.28 Bij de Naygar gaat het in tegenstelling tot de meeste vormen van polyandrie om niet-verwante en dus elkaar vreemde mannen die het grootfamiliehuis bezoeken.29

4.4. Vrijwillige polygynie (bij Akanvolkeren van adellijke vrouwen uit de hofhouding van de nationale koningin-moeder en haar jonge koningin-dochter met haar zoon, de koning.30 Moeder en dochter kennen polyandrie niet met vreemden maar met de regionale en locale clankoningen waardoor er bindingen ontstaan met de diverse clans. De koning als zoon gaat met de zusters van diezelfde clanhoofden, de clankoniginnen die de hofhouding van zijn moeder en zuster vormen, relaties aan.
Kanttekening: patriarchale polygynie is in tegenstelling tot matriarchale polyandrie niet vrijwillig; de man heeft meerdere tot vele elkaar vreemde vrouwen die in harems samenleven, die hermetisch van de wereld afgesloten zijn.31

5. Er is seksuele vrijheid:
* voor alle geslachten, vrouwen en mannen (Irokezen, Khoisan, stammen in Groenland, Philippijnen e.a.);
* voor de jongeren (Trobrianders e.a.), meisjes en jongens. De moeders kennen natuurlijke geboortebeperkende middelen en dus worden de jonge dochters niet ongewild zwanger;
* voor de homoseksuelen;
* sommige culturen kennen een ‘derde’ geslacht van transseksuelen, zoals de stam der Dagara in West- Afrika;32
* er is vrijheid om van geslacht te veranderen.33 Veronica Bennholdt-Thomsen noemt de man die vrouw wenst te worden een ‘Muche’ en een vrouw die man wenst te worden een ‘Macha Lila’.34

6. Initiatie van jonge meisjes bij eerste menstruatie is bij alle matriarchale volken een groot feest.35 Het is zo bij de Arawak- en Cuna-Indianen uit Meso-Amerika.36 Het is zo in Juchitán.37 Het is zo bij de Naygar in India.38

7. Er is groot respect voor ouderen. Dit hangt samen met de verering van voorouders/voormoeders en het geloof in wedergeboorte of reïncarnatie.39

8. Er is, vanuit het besef van reïncarnatie, groot respect voor kinderen. Zij ontvangen een liefdevolle opvoeding van meerdere volwassenen. Meisjesbabies zijn hier in tegenstelling tot latere patriarchale culturen uiterst welkom.

9. Er is beperkt gebruik van geweld en conflicten lopen vanwege het leven binnen grootfamilies en de invloed van de matriarch, niet uit de hand. Er is weinig agressie en geen huiselijk geweld, er is geen incest. Men maakt gebruik van diverse conflictoplossende technieken.

10. Beslissingen worden gemaakt op basis van gezamenlijke overeenstemming of consensus. Iedereen wordt gehoord, ook de kinderen. Soms zijn er speciale kinderraden.

11. Er is respect voor de natuur waarin men zowel mineralen als dieren en planten bezield weet. We noemen dat een natuurreligie en hanteren liever niet de vaderlandse labels als ‘animisme’ en ‘polytheïsme’. Er is een verbondenheid met de natuur. Er is veel (vrouwelijk) sjamanisme.40 Er is geen milieuproblematiek.

12. Het landschap wordt als vrouwelijk en ook mannelijk ervaren; er is een analogie tussen het volle en vruchtbare lichaam van de godin en elementen in het landschap als bergen, meren, grote stenen etc. 41

13. Matriarchale volken maken Venuskunst. In Japan kent men tussen 16.500 en 300 v. Chr. de Jomoncultuur. Eerst maken de Jomon stenen met borsten en vulva. Later ontwikkelen deze zich tot figurines met brede heupen, buiken en borsten. Tot aan 1990 vond men in totaal 10.000 figurines waarvan slechts een handjevol mannelijk zijn. In de literatuur noemt men deze dogu of ‘pop’.42
Ook bij antieke culturen der Zapoteken in Midden-Amerika treft men, net als overal elders in de wereld, vele vrouwelijke figurines aan.43 De Hopi-Indianen kennen de kachina’s in alle soorten en maten, er zouden 260 types bestaan.44 Mannen dansen voor de vrouwen en geven hen een kachina-voorouderfiguur.45

14. Mondiaal laten vroege landbouwers bij hun vreedzame zoektocht naar goede gronden en natuurlijke uitbreiding een spoor van megalithische structuren na: steenrijen, steenkringen, steen-vierkanten die een openluchtheiligdom afbakenen.46 En graven van grote stenen, dolmens, menhirs en piramiden.47

Je vindt ze:
*bij de Khasi en de Nagas in Oost-India;48
*in Centraal- en Zuid-India;49
*in Tibet;50
*bij Chinese bergvolken en het zeevarende Yüeh volk;51
*In geheel Oost-Azie met vele dolmens op Taiwan, Korea en circa 500 bouwwerken in Japan; megalieten in Maleisië, Indonesië, Philippijnen, Melanesië en Polynesië;52
*in Polynesië verdient buiten Hawaï Paaseiland een bijzondere vermelding;53
*bij Zuid-Amerikaanse Arawak-Indianen54, Zuid-Amerikaanse Chipka-cultuur55, Zuid-Amerikaanse Tiahuanaco- cultuur bij Tititicaca-meer;56
* bij Midden-Amerikaanse Cuna-Indianen.57

15. Het zijn akkerbouw-gemeenschappen. Hieruit ontstaan veehoudersgroepen. Wanneer het klimaat verslechtert ontstaan hieruit herdersculturen die ontworteld raken van hun grond.58 Het gebeurt in Zuidoost- Azië.59 Het gebeurt in Tibet.60
*Vroege landbouw kent nog geen officiële akkers en men gebruikt primitieve werktuigen als graafstok, mes en maalsteen; dit is het geval in India61 en in Afrika.62
*Klassieke stadsmatriarchaten kennen in omliggend gebied rond de ‘tuinstad’, akkerbouw en veeteelt.63

16. Matriarchale culturen bezigen een ander soort taal; er bestaan in sommige inheemse talen geen woorden zijn voor moord, oorlog, concurrentie, tijd, toekomst, seks, god-godin

17. Zij vieren het leven als was het een groot feest; De ‘stad der vrouwen’ genaamd Juchitan in Mexico kent circa 628 kleine feesten per jaar met daarnaast 35 grote feesten.

18. Zij kennen (soms in speciale vrouwenraden) een lange traditie van heel- en geneeskunde én sjamanisme.

19. Veten dragen een ritueel karakter en moeten onderscheiden worden van (westerse) georganiseerde oorlogvoering. Stammen die veten en ook bloedwraak uitvechten zijn niet uit op vernietiging van hele stammen en volken.
Georganiseerde oorlogviering komt uitsluitend en ook pas later in de geschiedenis van deze volken voor als verdedigingsmechanisme ten opzichte van patriarchale oorlogvoering. Voorbeelden hiervan zijn te vinden bij de Irokezen, Nayar, Akan-Aschanti en Tuareg.64 Er ontstaat het sneeuwbaleffect waardoor ook matriarchale samenlevingen zich steeds meer moeten wapenen; de invloed van de mannen neemt toe en uiteindelijk patriarchaliseren ze. Dit is niet de primaire maar wel de secundaire oorzaak van de overgang van het matriarchaat naar patriarchaat.65

G. VAN MATRIARCHAAT NAAR PATRIARCHAAT: van sedentaire boeren naar nomadiserende herders

We maken een reis om de wereld: vanuit Oost-Azië en Polynesië via Amerika naar Afrika en Europa. De bestaande partnerschapsculturen vind je bij twee hoofdgroepen:
* bij jagers/verzamelaarstersgroepen (bijvoorbeeld de Ainu in Japan, de Khoisan in Zuid-Afrika en de Aboriginals in Australië);
* bij landbouwculturen. Zij zijn van oorsprong matriarchaal. De landbouwculturen kunnen onderverdeeld worden in: vroege en hoogontwikkelde (stads)matriarchaten. Vanuit het gemengd bedrijf van landbouw en gedomesticeerde kuddes ontwikkelt zich de veehouderij op zomer- en winterweides/stal. Bij de overgang van sedentaire landbouwgemeenschappen naar nomadiserende veehoudersgroepen moeten de volgende kanttekeningen gemaakt:

1. De matriarchale akkerbouw is er historisch gezien eerder dan de veehoudende nomadengroepen. De laatsten vormen een groep die niet autarkisch is, d.w.z. niet voorziet in eigen behoeften.
2. De veehouders komen uit de landbouwgemeenschappen voort en niet uit de jagers/verzamelaarstergroepen. De dieren worden eerst in de landbouwgemeenschappen gedomesticeerd.
3. Veehouders ontstaan in die gebieden waar de aarde door klimaatsverslechtering geen landbouw meer toelaat en uitsluitend weidegrond voortbrengt.
4. Op grond hiervan leven veehouders oorspronkelijk matriarchaal en in balans. Ettelijke onder hen worden later patriarchaal en wel onder invloed van de, historisch gezien laat ontstane, heerszuchtige patriarchale gemeenschappen (vanaf 3000-2000 v. Chr.)
5. Veehouders zijn voor hun plantaardige voeding van landbouwgemeenschappen afhankelijk. Zij komen aan voedsel deels door de handel, deels door roof. Zowel matriarchale als patriarchale groepen gaan in barre tijden over tot roof. Tot op de dag van vandaag zijn er ettelijke matriarchale veehoudersgroepen (bijvoorbeeld de Goajiro in Zuid-Amerika, de Bedja en Nuba-stammen in Oost-Afrika en de Tuareg-stammen in Noord-Afrika).
6. Accumulatie van goederen zoals het bezit van kuddes, is bij matriarchale veehouders in tegenstelling tot de patriarchale, van geen waarde maar gebeurt uit wederzijdse ondersteuning. Dus het houden van vee is niet de hoofdoorzaak tot de ontwikkeling naar het patriarchaat.

H. HET PATRIARCHAAT

Wat zijn patriarchaten? Het zijn culturen waarin de vader als Pater Familias heerst. De kinderen behoren bij de sam van de vader en het gezag over de kinderen wordt uitgeoefend door de vader. Er onstaan dominantie- structuren en de samenleving raakt uit balans.
Wat zijn Vaderculturen? Het zijn culturen waarin de vader centraal staat en heerst.

De ontwikkeling binnen het patriarchaat
1. Vroege patriarchaat is gebaseerd op organisatie van stammen.
2. Klassieke patriarchaat, wereldrijken.
3. Koloniale patriarchaat, 15e-17e eeuw na Chr. met imperialisme in 18-19e eeuw.
4. Kapitalistische patriarchaat met bepaalde uitsluitend op winst gerichte multinationals.

Hoe boden matriarchale samenlevingen in het verleden weerstand tegen opdringend kolonialisme?
1. Ze trokken naar onherbergzame gebieden (Mosuo, Hopi, Indianen bij Titicaca meer; Tuareg).
2. Ze passen zich in allerlei gradaties aan hun belagers aan.

I. VAN MATRIARCHAAT NAAR PATRIARCHAAT: WAAROM?

Welke verklaringen geven aanhangers van het matriarchaat binnen de wetenschap voor de omslag van matriarchaat naar patriarchaat?
(Zie www.anninevandermeer.nl onder vaderland ‘actuele visies op de overgang van moederland naar vaderland’.)
Een keuze uit de voornaamste verklaringsmodellen.
1. Verklaringen van buitenaf door externe factoren.
2. Verklaringen van binnenuit door interne factoren die liggen op gebied van bewustzijn.
(Zie voor volledige tekst www.anninevandermeer.nl onder vaderland met tekst uit Van Venus tot Madonna, 2006 en 2015, Naschrift 2 p. 488-94 letterllijke tekst

1. Externe verklaringen met o.a.
*Robert Briffault: de herder.
*Marija Gimbutas: de Kurgan-volkeren uit Zuid-Rusland.
*Claude Lévi-Strauss: exogamie.
*Sherry Ortner: natuur-cultuur.
*Friedrich Engels: opkomst privé-bezit.
*William Irwin Thompson and Jane Jacobs: landbouwrevolutie.
*Gerda Lerner: opkomst van de staat.
*Ernest Bornemann: de uitvinding van de ploeg.66
*Carol Lee Flinders.67 Door de opkomst van de landbouw (en de bevolkingsstoename) zouden vanaf 4000 BC privébezit en onderlinge verschillen in rijkdom en hiërarchie onstaan zijn.
*James DeMeo: Saharasia-theorie over het uitdrogen van de Sahara, Arabië en de steppegordel in Azië. *Heide Göttner-Abenroth: klimaatveranderingen brengen volkentrek, agressie en oorlog. Sneeuwbaleffect op vreedzame culturen die zich moeten verdedigen, in tweede instantie militariseren en daarna patriarchaliseren.

2. Interne verklaringen met o.a.
*Steve Taylor: de oorzaak van oorlog en agressie ligt in de explosieve groei van het menselijk ego vanaf 4000 v. Chr.; berust sterk op Saharasia-theorie van James DeMeo.68
* Leonard Shlain: volgens Shlain verandert schrijven met de rechterhand de hersenactiviteit van de rechter- naar de linkerhersenhelft. 69
*Julian Jaynes: mythopoëtisch bewustzijn. Ook Steve Talylor verwijst naar zijn werk.
*Karl Jaspers: met de axiale tijd.70 Vindt navolging bij Rainer Albertz71 en Bruno Schnell.72 Over de 6e eeuw BC als breukvlak en overgang naar een nieuw bewustzijn zie ook mijn eigen werk.73
(Zie www.anninevandermeer.nl onder vaderland ‘actuele visies op de overgang van moederland naar vaderland’.

Meisje zijn is pech hebben

Die tijd moet nu voorbij zijn.

Auteur: Dr. Annine van der Meer, najaar 2013.
copyright@2015 anninevandermeer
All Rights reserved

Bijlagen:

J. FILMS EN WEBSITES OVER MODERNE SAMENLEVINGEN IN BALANS.

Algemeen
*Original Instructions, Indigenous Teachings for a Sustainable Future, Melissa K. Nelson ed., Bear & Company, Rochester, Vermont, 2008. In dit boek zijn presentaties te lezen van de Bioneers-conferenties die sinds 1990 gehouden zijn (zie http://www.bioneers.org/).

Oost-India:
*de Khasi, megalithische-cultuur (zie film van Uschi Madeisky, ‘The Daughters of the Seven Huts. A Clan Story of the Khasi/North-eastern India’). Inmiddels is er een vervolg op deze film.
Inhoud van de film ‘Dochters van de Zeven Hutten’: Aileen leeft in het Noordoosten van India. Ze hoort tot het Khasi-volk waar vrouwen het al eeuwen voor het zeggen hebben. Het lot van echtgenoten, zonen en broers wordt traditioneel bepaald door de vrouwen. De grootmoeder is de leider van de clan en zij geeft haar kennis en macht door aan de jongste dochter ‘de Kadduh’. Er komt een dag dat Kamtiliin verantwoordelijk zal zijn voor de hele clan en in ruil daarvoor zal zij het familiehuis- en land erven. Ook het geld van de familie zit hierin. Wanneer Aileen een restaurant wil openen kan haar grootmoeder haar niet financieel steunen. Zij vindt een andere oplossing. Website maakster: Uschi Madeisky: www.ur-kult-ur.de

China:
* roman van bij Mosuo geboren en getogen Yang Erche Namu en Christine Mathieu, Het land van de Dochters, Amsterdam, 2006.
Film: The Womens’ Kingdom in China, how free can a woman be? Film verhaalt over Lama en andere Mosuo- vrouwen in Zuidwest-China.
*Heide Göttner-Abendroth, Matriarchat in Südchina, Köln, 1998.
*Shanshan Du, “Chopsticks Only Work in Pairs”: Gender Unity and Gender Equality Among the Lahu of Southwest China, New York, Columbia University Press, 2002.
*Geïnspireerd door het werk van Riane Eisler is er inmiddels ook in China onderzoek gedaan en is het boek The Chalice and the Blade in Chinese Culture; Gender Relations and Social Models, 1995 verschenen, waarin een multidisciplinair team wetenschappers laat zien dat er ook in China meer dan 5000 jaar geleden vreedzame, egalitaire samenlevingen bestonden, die net als de Oud-Europese cultuur zo’n 5000 jaar geleden onder de voet zijn gelopen door veel minder vreedzame Samenlevingen uit Balans.
*Hua-Ching Ni, Mystical Universal Mother, The Shrine of the Eternal Breath of Tao, Malibu, CA, 1991 over de eeuwenoude Chinese wijsheid die de auteur van zijn moeder leerde en die duizenden jaren teruggaat en een oorsprong heeft in de tijd dat in China vele matriarchale samenlevingen in balans bestonden.

Indonesië
*Peggy Reeves Sunday, Women at the Center, Life in a Modern Matriarchy, New York, Cornell University Press, 2002 en talloze andere boeken van haar hand zie Societies of Peace, 227.

Fillipijnen
*Stuart Schlegel, Wijsheid uit het Regenwoud, wat we kunnen leren van een levenswijze die totaal de onze niet is geschreven, 1998/1999; bericht van deze antropoloog over de vreedzame samenleving van de Teduray die leven in de oerwouden van de Fillipijnen.

Latijns-Amerika
* De Kuna leven aan kuststrook van en op eilandengroep voor kust van Panama, (film Kuna Yala: eiland der gelukkigen; kunstenares Antje Olowaili woonde begin jaren 90 een jaar bij de Kuna en schreef het boek ‘Schwester der Sonne. Ein Jahr in Kuna Yala)
* De stad Juchitán in Mexico: zie geschreven werk van etnologe, sociologe en auteur Dr. Veronika Bennholdt- Thomsen, Juchitán, the City of Women en de film The Women of Juchitán.

Noord-Amerika Irokezen en andere inheems-Amerikaanse volken:
* Barbara Alice Mann met talloze boeken over Irokezen.
* Paula Underwood: The Walking People, A Native American Oral History, A Tribe of Two Press, San Anselmo, CA en IONS (Institute of Noetic Sciences), 1993.
* Noord-Amerika over de Irokezen zie Henri Lewis Morgan en dissertatie van Thomas Wagner, Irokesen und Demokratie. Ein Beitrag zur Soziologie interkultureller Kommunikation.
* Dhyani Ywahoo, Voices of our Ancestors, Cherokee Teachings from the Wisdom Fire, Shamballa, Boston & London, 1987 waarin Dhyani Ywahoo de wijsheid deelt die zij als kind van haar grootouders leerde en die duizenden jaren doorgegeven is.

Noord-Amerika algemeen:
*Barry Fell, America BC, Ancient Settlers in the new world. New York, Londen, 1976 en 1978.
*Charles Mann, 1491: New Revelations of the Americas Before Columbus, 2005, hierin geeft auteur een overzicht van alle nieuwe wetenschappelijke inzichten over de werkelijke geschiedenis van het Amerikaanse continent, waardoor veel van de mondeling doorgegeven informatie bevestigd wordt en er een heel ander beeld ontstaat van de verschillende culturen die daar bestonden voordat de Europeanen daar 500 jaar geleden verschenen.

Over de (gift) economie:
*Genevieve Vaughan, met tal van boeken waaronder Homo Donans, gratis te downloaden op www.gift- economy.com. Societies of Peace, 53.
*Rianne Eisler, The Real Wealth of Nations, Creating a Caring Economics, 2007, Berrett-Koehler publishers, San Francisco; vervolg op haar beroemde boek The Chalice and the Blade.

K. LIJST VAN ARTIKELEN EN VERSLAGEN OVER INTERNATIONALE MATRIARCHAATSCONGRESSEN

Artikelen en verslagen van diverse internationale matriarchaatsconferenties door Annine van der Meer
* www.anninevandermeer.nl/artikelen

2015 *Verslag van twee internationale feministische conferenties in Rome, april 2015, artikel voor het internationale matriarchaatstudie-netwerk en nieuwsbrief Academie Pansophia. Engels- en Nederlandstalig.
2011 *Report 25 jaar Akademie Hagia, Conferentie te Sankt Gallen in Zwitserland, mei 2011. Engels- en Nederlandstalig.
2010 *Verslag gift-economy- en matriarchaatscongres in Rome op 17 juli 2010. Engels- en Nederlandstalig. 2010 *Nederlandstalig verslag van de studieweek ‘moderne matriarchaten’ inclusief excursie door dr. Heide Göttner-Abendroth van Akademie Hagia te Winzer in Duitsland in juli 2010. Engels- en Nederlandstalig.
2010 *Long English Report on July week seminar by Dr. Heide Göttner-Abendroth in Akademie Hagia in July 2010. Uitgebreide Engelstalige samenvatting van lezingen van dr. Heide Göttner-Abendroth en reacties van internationale studiegroep Matriarchaatstudie, met elkaar verbonden via een internationaal digitaal netwerk.
2010 *Verslag Godinnencongres Schloss Hambach in Duitsland in mei 2010.
2009 *Verslag Internationale matriarchaatsconferentie in Toronto ‘A Motherworld is possible’, oktober 2009.

L. LITERATUURLIJST
(voor deze inleiding over samenlevingen in balans is de betreffende literatuur vetgedrukt)

Adovasio, Jim M., Page, Jack, Soffer Olga, The Invisible Sex. Uncovering the True Roles of Women in Prehistory, Smitsonian Books 2007, Dutch trans. ‘De Onzichtbare Vrouw’, Amsterdam, 2008.
Anthony, David, The Horse, Wheel and Language, How Bronze-Age Riders from the Eurasian Steppes shaped the Modern World, Princeton University Press, 2007.
Barker, Margaret, The Older Testament. A Survival of Themes from the Ancient Royal Cult in Sectarian Judaism and Early Christianity, London, 1987.
Barker, Margaret, The Lost Prophet. The Book Enoch and its influence on Christianity. London, 1988.
Barker, Margaret, The Gate of Heaven. The history and Symbolism of the Temple in Jerusalem, London, 1991.
Barker, Margaret, The Great Angel. A Study of Israel’s second God, London, 1992.
Barker, Margaret, ‘Beyond the veil. The Priestly Origins of the Apocalypses’, Scottish Journal of Theology 51.1 (1998), 1-21.
Barker, Margaret, ‘The Images of Mary in the Litany of Loreto’, Usus Antiquor vol 1 nr 2, July 2010, 110-131, see www.margaretbarker.com.
Barker, Margaret, Revelation of Jesus Christ, Which God gave to him to show to his servants what must soon take place (Rev 1.1.), Edinburgh, 2000.
Barker, Margaret, The Great High Priest. The Temple Roots of Christian Liturgy, London, 2003.
Barker, Margaret, An Extraordinary Gathering of Angels, London, 2004, Antwerp, 2007.
Barker, Margaret, The Mother of the Lord, Vol. 1: The Lady in the temple, London, 2012. Fortcoming vol. 2: The Lady of the Church.
Biaggi, Christina ed., The Rule of Mars, Readings on the Origins, History and Impact of Patriarchy, Manchester, CT, USA, 2005.
Briffault, Robert, The Mothers. I, II, III, London, 1927.
Dashu, Max, ‘Arguing About the Goddess. Knocking Down Straw Dolls. A critique of Cynthia Eller’s The Myth of Matriarchal Prehistory: Why an Invented Past Won’t Give Women a Future’, see www.surpressedhistoriesarchives.com, articles.
Dashu, Max, ‘Furor against Gimbutas’, www.supressedhistoriesarchives.com, articles.
Dashu, Max, ‘Icons of the Matrix’, www.supressedhistoriesarchives.com, articles.
Dashu, Max, ‘Lady Shaman’, www.supressedhistoriesarchives.com, articles.
DeMeo, James, Saharasia: The 4000 BCE Origins of Child Abuse, Sex-Repression, Warfare and Social Violence, In the Deserts of the Old World, Oregon, 1998, 2006 (tweede updated editie).
DeMeo, James, ‘Update on Saharasia: Ambiguities and Uncertainties about War before Civilization’, Pulse of the Planet 5, 15-40.
Eisler, Riane, The Chalice and the Blade: Our History, Our Future. San Francisco, 1987, 1995.
Foster, Judy with Derlet, Marlene, Invisible Women of Prehistory: Three million years of peace, sex thousand years of war, Melbourne, 2013.
Gimbutas, Marija A., Gods and Goddesses of Old Europe, 7000-3500 BC. Myths, Legends and Cult Images. London, Berkeley, 1974.
Gimbutas, Marija A., The early Civilizations of Europe. Monograph for Indo-European studies 131, Los Angeles, 1980.
Gimbutas, Marija A., ‘“The Monstrous Venus” of prehistory or Goddess Creatrix’, Comparative Civilizations Review 10 (1981), 1-26.
Gimbutas, Marija A., ‘The image of Woman in Prehistoric Art’. The Quarterly Review of Archaeology, Dec. 1981.
Gimbutas, Marija A., ‘Mythical Imagery of Sitagroi Society’, Excavations of Sitagroi, C. Renfrew, M. Gimbutas, E. Esler, eds., 1986, 225-89.
Gimbutas,Marija A., The Language of the Goddess: Unearthing the Hidden Symbols of Western Civilization, San Francisco, 1989.
Gimbutas, Marija A., The Civilization of the Goddess: The World of Old Europe, San Francisco, 1991.
Gimbutas, Marija A., The Living Goddesses, M. R. Dexter ed., Berkeley, Los Angeles, 1999.
Berlin, Köln, 1995 (3th ed.).
Göttner-Abendroth, Heide, Die tanzende Göttin. Prinzipien einer matriarchalen Ästetik. München, 1984.
Göttner-Abendroth, Heide, Die Göttin und ihr Heros. Die matriarchalen Religionen in Mythos, Märchen und Dichtung. München, 1980, 1987 (7th ed.). Hier is een Engelse vertaling van uitgebracht: The Goddess and her Heros, Massachusetts, 1995.
Göttner-Abendroth, Heide, Das Matriarchat I. Geschichte seiner Erforschung. Stuttgart, Berlin, Köln, 1995 (3th ed.).
Göttner-Abendroth, Heide, Das Matriarchat II,1. Stammgesellschaften in Ostasien, Indonesien, Ozeanien. Stuttgart, Berlin, Köln, 1999.
Göttner-Abendroth, Heide, Das Matriarchat II,2. Stammgesellschaften in Amerika, Indien, Afrika. Stuttgart, Berlin, Köln, 2000.
Göttner-Abendroth, Heide, Matriarchat in Südchina, Eine Forschungsreise zu den Mosuo, Stuttgart, 1998.
Göttner-Abendroth, Heide, Für Brigida, Göttin der Inspiration. Neun patriarchatskritische Essays und Thesen zum Matriarchat, Frankfurt am Mainz, 1998.
Göttner-Abendroth, Heide, ‘Architektur im Matriarchat’, Für Brigida. Göttin der Inspiration, Frankfurt, 1998, 75- 128.
Göttner-Abendroth, Heide ed., Gesellschaft in Balance, Documentation des 1. Weltkongresses für Matriarchatsforschung 2003 in Luxemburg, Gender Gleichkeit Konsens Kultur in matrilinearen, matrifokalen, matriarchalen Gesellschaften, Stuttgart, 2006.
Göttner-Abendroth, Heide ed., Societies of Peace. Matriarchies past present and future, Toronto, 2009. Göttner-Abendroth, Heide, Matriarchal Societies, studies on indigenous cultures across the globe, New York, 2012.
Graves, Robert, Greek Myths, London, 1955; Dutch transl., Houten, 1993.
Haarmann, Harald, Die Madonna und ihre Griechischen Töchter, Hildesheim, 1996.
Haarmann, Harald, Geschichte der Sintflut. Auf den Spuren der frühen Zivilisationen, München, (2th ed.), 2003, 2005.
Haarmann, Harald, Joan Marler, The Black Sea Flood: An Interdisciplinary Investigation, The Journal of Archaeomythology 2, Sebastopol California, 2006.
Haarmann, Harald, Weltgeschichte der Sprachen. Von der Frühzeit des Menschen bis zur Gegenwart, München, 2006.
Haarmann, Harald, Foundations of Culture, Frankfurt, 2007.
Haarmann, Harald, Interacting with Figurines. Seven dimensions in the study of imagery. West Hartford, Vermont, 2009.
Haarmann, Harald, Das Rätsel der Donauzivilisation. Die Entdeckung der ältesten Hochkultur Europas, München, 2011.
Jacobson, Esther, The Deer Goddess of Ancient Siberia. A Study in the Ecology of Belief. Studies in the History of Religions. Numen Bookseries, H.G. Kippenberg, E.T. Lawson eds., vol. LV, E.J. Brill, Leiden, New York 1993.
Karageorghis, Jacqueline, Kypris, The Aphrodite of Cyprus. Ancient sources and archaeological evidence, Nicosia, 2005.
Karageorghis, Jacqueline, La Grande Déesse de Chypre et son culte, a travers l’iconographie de l’époque néolithique au VIème siècle a.C., Lyon, 1977.
Keel, Othmar, Ühlinger, Christoph, Göttinen, Götter und Gottessymbole. Neue Erkentnisse zur Religionsgeschichte Kanaans und Israels aufgrund bilang unerschlossener Quellen, Questiones Disputatae 134, Freiburg, Basel, Wien,1992.
Keel, Othmar, Staubli, Thomas, les Animaux du 6ème Jour. Les Animaux dans la Bible et dans l’Orient Ancient, Freiburg, 2003.
Keel, Othmar, Salomons Tempel, Freiburg, 2004.
Keel, Othmar, Schroer, Silvia, Eva-Mutter alles Lebendigen. Frauen- und Götinnenidole aus der Alten Orient. Academic Press Fribourg, Freiburg (Schweiz-Switzerland), 2004.
Keel, Othmar, ‘Die Heilung des Bruchs zwischen kanaanäischer und israelitischer Kultur, Vertikale Ökumene, Academic Press, Freiburg, 2005, 11-26.
Keel, Othmar, Die Geschichte Jerusalems und die Entstehung des Monotheismus,I, II, Göttingen, 2007. Keel, Othmar, Gott Weiblich. Eine verborgene Seite des biblischen Gottes, catalogus Bijbel en Orient Museum, Freiburg (Schweiz-Switzerland), 2008; Keel,O., Divine Surprise, de vrouwelijke kant van God. Een verborgen kant van de Bijbelse God, Amsterdam 2013.
Mallory, J. P., In search of the Indo-Europeans. Language, Archaeology and Myth, London, 1989.
Marshack, Alexander, The Roots of Civilization, The Beginnings of man’s first art, symbol and notation, New York, London, 1972.
Marler, Joan ed., From the Realm of the Ancestors: an Anthology in honor of Marija Gimbutas, Manchester CT, 1997.
Meier-Seethaler, Carola, Ursprünge und Befreiungen. Die sexistischen Wurzeln der Kultur. Die Frau in der Gesellschaft, Frankfurt am Main, 1994.
Meier-Seethaler, Carola, Von der Löwin zum wahrzeichen männlicher Macht. Ursprung und Wandel grosser Symbole, Zürich, 1993.
Redmond, Layne, When the Drummers were Women. A Spiritual History of Rhythm, London, New York, 1997.
Rodríguez, Pepe, God born as a Woman, Barcelona, 2000; Dutch translation God is als vrouw geboren, Amsterdam, 2005.
Tedlock, Barbara, The Woman in the Shaman’s body. Reclaiming the Feminine in Religion and Medicine, New York, 2005.
Schroer, Silvia, ‘Idole – die faszinierende Vielfalt der Frauen- und Götinnen-Figürchen’, Eva-Mutter alles Lebendigen, Prologue 1, 8-24
Schroer, Silvia, ‘Kontinuität und Wandel – der Zugang über die Typologie’, Eva-Mutter alles Lebendigen, Othmar Keel en Silvia Schroer eds., Prologue 2, 26-43.
Schroer, Silvia, ‘Die personifizierte Sophia im Buch der Weisheit’, Ein Gott Allein, W. Dietrich & M. A. Klopfenstein eds., Freiburg, Göttingen, 1994, 543-558.
Schroer, Silvia,“The Book of Sophia”, Searching the Scriptures.
Elisabeth Schüssler Fiorenza ed., Vol 2: A Feminist Commentary, 17-38.
Schroer, Silvia, “Zur Deuting der Hand under den Grabinschrift von Chirbet el Qôm. Ugarit Forschung 15 (1983) 191-199.
Schroer, Silvia, “Der Geist, die Weisheit und die Taube. Feministisch-kritische Exegese eines neutestamentlichen Symbols auf dem Hintergrund seiner altorientalischen und hellenistisch-frujüdischen Traditionsgeschichte”, Freiburger Zeitschrift für Philosophie und Theologie, bd 33 (1986), 197-225.
Schroer, Silvia, “Op weg naar een feministische reconstructie van de geschiedenis van Israël”, Bijbel in Vrouwelijk Perspectief (The Bible in women’s persective), Baarn, 1998, 95-190.
Schroer, Silvia,“Die göttliche Weisheit und der nachexilische Monotheismus”, Der Eine Gott und die Göttin: Gottesvorstellungen des biblischen Israel im Horizont feministischer Theologie. Marie Thérès Wacke, Silvia Schroer en Erich Zenger. QD 135, Freiburg, 1991, 151-182.
Schroer, Silvia,“Die Zweiggöttin in Palästina/Israël. Von der Mittelbronze-Zeit bis zu Jesu Sirach”, Max Küchler en Christoph Ühlinger eds., Novum Testamentum et Orbis Antiquus 6 Festschrift für Hilde und Othmar Keel-Leu, Fribourg/Göttingen, 1987, 201-225.
Spretnak, Charlene, Lost Goddesses of Early Greece. A Collection of Pre-Hellenic Myths, Boston, 1984.
Spretnak, Charlene, Missing Mary, The Queen of Heaven and her re-emergence in the modern church, New York, 2004.
Taylor, Steve, The Fall. The Insanity of The Ego in Human History and The Dawning of A New Era, Alresford UK, 2005.
Trinkhaus, Erich, ‘The adiposity paradox in the Middle Danubian Gravettian’, Anthopologie, vol 58 (2-3), 2005,263-271, 272;
Trinkhaus, Erich, Svoboda Jiri A., eds., Early Modern Human Evolution in Europe: the people of Dolni Vestonice and Pavlov, Oxford, 2006.
Vries de, Marja, De Hele Olifant in Beeld. Inzicht in het bestaan en de werking van Universele Wetten en de Gulden Snede, Deventer, 2007.
Vries de, Marja, Samenlevingen in Balans. Naar een toekomst in harmonie met de universele wetten, Utrecht, 2014.
Wolf, Sibylle, ‘Vorherrschaft der Frau –eiszeitliche Venusstatuetten aus ganz Europa, Die Venus vom Hohle Fels, Nicholas Conard and Stefanie Kölb eds., Blaubeuren, 2010.

Afkortingen Boeken Annine van der Meer zie www.pansophia-press.nl
*Annine van der Meer, Op Zoek naar Loutering. Oorsprong en ontwikkeling van de enkratitische ascese tot in het begin van de 13 eeuw na Chr., Hilversum, 1989, dissertatie (niet meer te verkrijgen).
* Annine van der Meer, Van Venus tot Madonna, een verborgen geschiedenis, Den Haag, 2006, 2015. Afkorting: VVTM
* Annine van der Meer, Van Sophia tot Maria. De wedergeboorte van de verborgen Moeder in de 21e eeuw, Geesteren, 2008. Afkorting: VSTM
*Annine van der Meer, Venus is geen Vamp. Het vrouwbeeld in 35.000 jaar Venuskunst, Geesteren, 2009. Afkorting: VIGV
*Annine van der Meer, The language of the primal mother. The evolution of the female image in 40,000 years of global Venus Art, Den Haag, 2013. Afkorting: LOMA

 


 1 Heide Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2.130, Berlijn, Keulen, 2000, 202. Zie Engelse vertaling van de drie Duitse delen Das Matriarchat in Matriarchal Societies, New York, 2012.
 2 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat I, Berlijn, Keulen, 1995, 116.
 3 Van der Meer, Venus is geen Vamp, Geesteren 1009, 175; van der Meer, The Language of MA, Den Haag, 2013, 239. Afkortingen VIGV en LOMA.
 4 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat II.1, 100, Berlijn, Keulen, 1999, 103.
 5 Göttner-Abendroth, Die Göttin und ihr Heros, München, 1980, 1987 7e ed., 15. Hier is Engelse vertaling van uitgebracht: The Goddess and her Heros, Massachusetts, 1995. 
 6 Göttner, Gesellschaft in Balance, Stuttgart, 2006, 12; zie www.akademiehagia.de
 7 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat I, 9.
 8 Göttner-Abendroth ed., Gesellschaft in Balance, 22; Societies of Peace, Toronto 2009, 17-27. 20 
 9 Göttner, Matriarchat in Südchina, Stuttgart, 1998. 
 10 Zie H. Göttner-Abendroth, Das Matriarchat I, 9; VVTM 15 n 5 en Peggy Reeves Sanday, Women at the Centre: Life in an Modern Matriarchy, Cornell University Press, 2002, vermeld bij Max Dashu, ‘Knocking Down Straw Dolls’, www.surpressedhistory.com, 3. 
 11 H. Göttner-Abendroth, ‘Matriarchal Society: Definition and Theory’ in The Gift, A Feminist Analysis, Rome, 2004, 1; Göttner, Die Göttin und ihr Heros, 11. 
 12 Max Dashu, ‘Knocking Down Straw Dolls’, www.surpressedhistory.com, 5.
 13 Eva Cantarella, Pandora’s Daughters, The Role and Status of Women in Greek and Roman Antiquity, Londen, 1981, 13-14; van der Meer, Van Venus tot Madonna, 17 (afkorting VVTM).
 14 Zie voor kenmerken van matristische maatschappij geformuleerd door Taylor: Barbara Walker,The Woman’s Encyclopedia of Myths and Secrets, onder ‘motherhood’, 689; Göttner, Das Matriarchat I, 8. 
 15 De twee artikelen zijn te vinden op internet: *Max Dashu, ‘Knocking down Straw Dolls: A critique to Cyntha Eller’s The Myth of Matriarchal Prehistory: Why and Invented Past Won’t Give Women a Future (Boston, 2000)’, www.surpessedhistory.com, 2, 5. *Peggy Reeves Sanday, ‘Matriarchy as a Sociocultural Form. An Old Debate in a New Light’, Paper Presented at the 16th Congress of the Indo-Pacific Prehistory Association, Melaka, Malaysia, 1-7 July 1998 te downloaden op internet onder naam auteur.
 16 Göttner, Die Göttin und ihr Heros, 12; zie info tijdens conferenties in Toronto en Sankt Gallen e.a. 
 17  Göttner, Gesellschaft in Balance, 9. 
 18 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 128.
 19 Göttner-Abendroth, Die Göttin und ihr Heros, 138.
 20 Göttner-Abendroth, The Way into an Egalitarian Society, 20.
 21 Göttner-Abendroth, Gesellschaft in Balance, 25; The Way into an Egalitarian Society, 21-23.
 22 Göttner-Abendroth, Gesellschaft in Balance, 10.
 23 Göttner-Abendroth, The Way into an Egalitarian Society, 20.
 24 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 66, 68.
 25 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 67, 74.
 26 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 66-69, 70, 74.
 27 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 216.
 28 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 138.
 29 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 67.
 30 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 218.
 31 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 67.
 32 zie www.matriarchat.info onder Dagara, die Homosexualität: die Hüterinnen der Tore.
 33 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat Juchitán, II.2, 67.
 34 Zie artikel van haar hand in Gesellschaft in Balance, 137; Societies of Peace, 70.
 35 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat II.2, 73, 202.
 36 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 53, 56.
 37 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 67.
 38 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 151.
 39 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 35.
 40 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 116.
 41 Societies of Peace, 323-333; LOMA 294-95 327-28.
 42 Societies of Peace, 396; VIGV 173; LOMA 237.
 43 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 59; zie ook VIGV 177; LOMA 242.
 44 LOMA 242.
 45 Göttner-Abendroth, Matriarchal Societies, 275, 283.
 46 Zie mijn artikel ‘Op bezoek bij de Matronen in Duitsland’.
 47 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 183.
 48 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 29, 172.
 49 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 172.
 50 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 59.
 51 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 105.
 52 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 105.
 53 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 183.
 54 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 26.
 55 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 36.
 56 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2.36.
 57 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 47.
 58 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II. 2, 275.
 59 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 76.
 60 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.1, 100, 103.
 61 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 133, 148.
 62 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 201.
 63 Marija Gimbutas, Civilization of the Goddess. The World of Old Europe, San Francisco, 1991, 104-05 over Maydanets’ke met op 102-03 diverse andere vb van grote tuinsteden; VIGV 175 n 36; LOMA 131 n 134 en 135 over Maidanets’ke.
 64 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, II.2, 172 en 277.
 65 Göttner-Abendroth, Das Matriarchat, I.2, 172.
 66 Ernest Bornemann, Das Patriarchat, Frankfurt, 1975.
 67 Carol Lee Flinders, The Values of Belonging. Rediscovering Balance, Mutuality, Intuition and Wholeness in a Competitive World, San Francisco 2002.
 68 Steve Taylor, The Fall. The Insanity of The Ego in Human History and The Dawning of A New Era, Winchester, 2005.
 69 Leonard Shlain, The Alphabet versus the Goddess, The Conflict between Word and Image, London, 1999, 23 n4 37 67 429 430; VVTM 492 n18-21.
 70 Karl Jaspers, Vom Ursprung und Ziel der Geschichte, Zürich, 1949.
 71 Rainer Albertz, Religionsgeschichte Israëls in alttestamentliche Zeit, dl 1 en 2, Göttingen, 1921.
 72 Bruno Schnell, Die Entdeckung des Geistes, 1982.
 73 VVTM 491; VVTM Naschrift 2 488-94 zie www.anninevandermeer.nl onder vaderland; van der Meer, Van Sophia tot Maria, Geesteren, 2008, 36.